vrijdag 25 januari 2008

Cairns to Brisbane...



Hierboven foto van zonsondergang vanop de liveaboard, vind persoonlijk dat die er een beetje als Mount Doom uitziet :-)

Trouwens, op de tweede deel van de cruise ook vermeldenswaardig was het gezin uit Maleisie dat ik ontmoet heb, vooral veel met de vader gepraat, hij is duikinstructeur met zijn eigen duikcentrum op Borneo. Heel verstandige man, beetje over vanalles gepraat.

Na de shark feed trouwens was de zee een stuk onstuimiger geworden. Richard en mezelf waren het eerste buddy paar aan boord (platform was nog ruw op en neer een het slaan), we zagen dat aangezien de meeste van de crew mee onder water waren (nogal een logistiek moeilijker duik om met zo'n groep te doen) stonden twee meisjes (assistente van de kok en de vrijwillige die er was om de boel te helpen op te kuisen en op die manier wat gratis duiken kreeg) op het platform. Hebben ons materiaal afgesmeten en beginnen helpen om de andere duikers waarvan er veel waren met weinig ervaring aan boord te hijsen, was nogal een avontuur :-)

In Cairns trouwens nog een dagtrip richting Daintree gemaakt, zoals al vermeld, oudste regenwoud ter wereld. Best leuk, o.a. rondgevaren in mangroven gebied (op zoek naar die gezellig salties - zoutwater krokodillen, eerste foto hieronder), korte wandeling door jungle, maar denk dat het belangrijkste was dat we zowaar een Casowary gezien hebben (2de foto hieronder). In de streek lopen er naar schatting maar zo'n 70 rond, dus dat is echt wel geluk hebben. Volgens de overlevering van de aboriginals zou de vogel in den tijd vanuit het binnenland naar de kust gevlogen zijn en daar in een modderig ondiep meer terecht zijn gekomen. Dat heeft niet alleen voor de donkere kleur van de veren gezorgd, maar ook heeft hij daar letterlijk pluimen bij ingeschoten en kan niet meer vliegen (ze hebben echt nogal wat fantasie die kerels).

Uiteindelijk Cairns verlaten, begon het daar eigenlijk leuk te vinden, vreemd wat op eerste zicht vond ik het niet zo veel soeps, beetje typische kuststad veel toerisme, veel fancy restaurants. Maar een aantal facetten hebben geholpen: gezellig avond in Croc bar, zeer toffe YHA met super vriendelijke receptionistes, het zien van die duizende vleermuizen (flying foxes) die bij valavond de stad verlieten en naar de omliggende heuvels vlogen om te gaan jagen op insecten, de mooi geschilderde electriciteitskasten (zie foto, origineel idee, maar nu ook bijv. in Brisbane gekopieerd), leuke wandeling langs promenade, met zicht op de baai van Cairns en natuurlijk het feit dat ik van hieruit de liveaboard heb gedaan.



Had het lumineuze idee opgevat om met de Greyhound naar Brisbane te rijden. Dat was een busrit van niet minder dan 30 uur!

Nu, het voordeel is wel dat je het landschap langzaamaan ziet veranderen van echt tropisch regenwoud naar groen maar iets minder tropisch, maar gum trees). Middagpauze van eerste dag was wel leuk, vlakbij de zee, dus mooi uitzicht. 's nachts bijzonder weinig geslapen en middagpauze van tweede dag was een verrassing. Zag er een saai wegresto uit, maar toen ik me op het terras aan achterkant zette bleek dat uit te geven op een vijver die als vogel reservaat dienst deed, met daarachter prachtig landschap van glooiende groene heuvels, waar zelfs paarden in rondliepen.

En toen was ik in Brisbane, maar daarover later meer...

donderdag 24 januari 2008

The Great Barrier Reef...

Eindelijk was het dan zover, op 15 jan kon ik met Taka Dive vertrekken vanuit Cairns naar Great Barrier Reef. Ik had 7 duikdagen geboekt en dat zijn eingenlijk tween cruises back-to-back: 3-daagse en 4-daagse. In totaal 21 duiken gedaan (heb er een paar overgeslagen: eentje omdat ik echt veels te moe was, niet goed geslapen de avond ervoor en de laatste omdat ik dan al mijn materiaal kon laten drogen want ik vertrok de volgende dag met bus naar Brisbane).


Heb vaak gevloekt dat ik al dat duikmateriaal moest meesleuren maar uiteindelijk wel blij dat ik het bijhad.



Eerste groep had ik als buddy een oudere canadees, Stephen genaamd. Sympathieke kerel en een goeie buddy. Mijn roommate was ook van Canada (er lopen er hier nogal wat rond) die voor een senator werkt. Een enorme groep brazilianen aan boord alsook drie russen waar ik nog vrij veel mee gepraat heb (alvast me de ene die engels kon :-) )



Tweede groep mengde iets beter (en ook een dag langer om iedereen te leren kennen). Mijn kamergenoot wat een ietwat stille engelsman Chris, mijn buddy een minder stille maar zeer toffe nederlander, genaamd Richard (werkt op de lange omvaart, werkt 5 maanden en is dan 4 maanden thuis, in welke tijd hij meestal gaat reizen). Verder Andrea en Cing-Ling, buddy paar waar we veel contact mee hadden: Andrea is lerares engels in Cairns en Cing-Ling heeft haar werk opgegeven (industrieel ing.) om rond te reizen (zeer ongewoon in Taiwan). Verder was er Tom, sympathieke amerikaan die nog voor NASA heeft gewerkt en nu bordspelletjes ontwerpt (waarvan er een aantal door 999 uitgebracht worden!), hij komt deze zomer naar Belgie, dus zal die Gent wat leren kennen (spelletjesfanaten zijn dus gewaarschuwd :-) )


Hoe was het? Schitterend!! De begroeiing, koraal vissen is zoals mensen met wat duikervaring in tropische wateren wel zouden verwachten. Maar toch een paar heel leuke dingen gezien:



zie foto van deze prachtige naakslak (te lui geweest om hem op te zoeken vrees ik).




Ook vrij veel stone fishes gezien (en effectief deftige foto's van kunnen nemen):

Een van de mooiste sites was Steve's Bommie (bommie is een rots die onderwater zit) en die is te vergelijken met Richelieu Rock in de Similan eilanden (Thailand): heel veel vis, en heel veel leven op de rots (lion fish, stone fish, nudibranch, ... er woont zelfs een baby haaitje in de rots). Zelf vond ik het bijv schitterend om in zo'n school fusilier vissen te zwemmen, zie hieronder:



En ook een (vind ik alvast) heel mooie foto van een schildpad. Met deze lieverd een tijdje mee kunnen zwemmen, totdat hij het een goed idee vond om eens wat dieper te gaan en dat liet mijn stikstof klok niet echt meer toe :-)


Of wat dacht je van deze prachtig platwormen die aan het paren waren...



Meest opmerkelijke was toch wel Cod Hole, waar ze de gigantische baarzen (potato cod) wat eten geven en daar komen ze gretig op af. Die vissen zijn echt gigantisch, zeer indrukwekkend:




Maar top of the bill: grote aantal haaien die ik gezien heb. Op vele duiken was er wel minstens een white tip reef shark te zien, en soms ook grey whaler reef sharks (een stuk groter). En natuurlijk waren er heel wat aanwezig op de shark feed. Wist eerst niet wat ik er ethisch van moest denken, maar eigenlijk valt het allemaal wel mee, en eerlijk is eerlijk: hetgeen je te zien krijgt is indrukwekkend. Twee fotootjes die proberen de sfeer weer te geven, maar het is echt speciaal om 15 haaien te zien die zich overgeven aan een feeding frenzy (voedsel orgie?) en je krijgt vernieuwd respect voor de kracht van die beesten (en dit zijn nog niet eens de grote he):







Op bepaalde plek trouwens mooie canyons, beetje zoals in Saoudi-Arabie.
Om het af te leren een klein sfeerbeeldje van een klein grotje:

















Extra foto's

Ziehier zoals beloofd wat extra foto's:

- Foto van onze groep in de bron waar ik het over had, midden in de woestijn. Als je je afvraagt wat ik aan het proberen ben, ik sta in een soort drijfzand achtige plek waar het water omhoog gestuwd wordt met een verbazend grote kracht (er volledig inzakken was dus gewoon onmogelijk ook al probeerden Michael, Fred en mezelf het constant :-) )


- Sfeerbeeld van de rit met de quad bikes (op de foto zie je trouwens onze mad irish dude)


- King's Canyon, al is het heel moeilijk om de schoonheid van de omgeving in een foto weer te geven, de gesteenten zijn van versteende duinen afkomstig.


- de saloon waar we op de avond van onze aankomst in Alice Springs ons een goed hebben laten gaan

vrijdag 11 januari 2008

Olgas, quads and Kings Canyon

Na Uluru begint het laatste stukje van de trip. De volgende ochtend zijn we terug heel vroeg opgestaan (hoe noem je 4u30 anders?) om naar de Olgas te gaan, niet ver van Uluru. Het zijn verschillende rotsen (zo'n 36 in totaal geloof ik) die ook uit het landschap steken, maar minder groot dan Uluru. De wandeling erdoor heen was echter mooier dan die rond Uluru zelf. Veel meer variatie, meer onregelmatig, met (momenteel droge) rivierbeddingen, prachtige vista's, ...

De reden om er zo vroeg aan te beginnen was 2 dagen ervoor nog pijnlijk duidelijk gemaakt: een 42-jarige vrouw uit Japan is gestorven aan een hartaanval ten gevolge oververhitting. Ze had er wel aan gedacht haar ganse lichaam mooi te bedekken tegen de zon (ze had zelfs van die handschoentjes aan, nu dat is ook vooral om dat japanners niet graag een kleurtje krijgen, dat is enkel voor landbouwers die ganse dagen op het veld werken, een gesofisticeerde stadsmens moet dus zo bleek mogelijk zijn), maar had maar een miniscuul flesje water mee. Wij zijn met minstens anderhalve tot drie liter water vertrokken. En het eerste dat ik doe na zo'n wandeling is ergens een koude Getorade of Powerade kopen (zo'n isotone sportdrank).

Daarna naar King's Creek gereden, waar we onze laatste overnachting hadden. Daar aangekomen mochten we ons eerst wat verfrissen in het zwembad (een zeer gegeerd item op een camping, dat kan ik je wel vertellen) en daarna hadden we de mogelijkheid (wel extra te betalen) om met quad bikes te rijden. Dat was schitterend! Had het nog nooit gedaan en het was super fun! Gans de groep deed mee. De jongens reden voorop, net achter de begeleider (een gast uit Turnhout trouwens, die op de nabijgelegen station werkte en de quad bikes begeleidde) zodat we ons goed konden laten gaan, de meisjes iets verder achterop. Behalve Saskia die een boom heeft geraakt (waarbij ze niet alleen haar bike serieus beschadigd heeft, maar ook haar hoofd pijn heeft gedaan, vermoed een lichte hersenschudding), zijn Rebecca en Suzie er in geslaagd een bocht te missen waardoor ze plots in de vegetatie stonden.
De rit was super, op bepaald moment passeerden we zelfs een 6-tal wilde dromedarissen (op een 5-tal meter) en passeerden we in het midden van de woestijn een meertje (wat er nog van overschoot na de droogte).

Na een laatste nacht onder de sterren, reden we door (weer vroeg opgestaan) naar Kings Canyon voor een prachtige wandeling. Zonder twijfel het mooiste dat we gezien hebben van al onze wandelingen.


Met de nodige uitleg van Michael over de formatie van verschillende rotsen en een heel interessant verhaal over een type plant (zie foto) dat reeds zo'n 200 miljoen jaar op onze planeet bestaat en zaden heeft vol cyanide, kwamen we uitgeput terug aan de bus. Naar het schijnt komen er veel van voor rond Daintree, waar het oudste regenwoud ter wereld zich bevind. Bedoeling is om vanuit Cairns alvast een daguitstap te doen naar Daintree en omgeving.


Daarna een laatste rit van een paar uur, langs een dirtroad naar Alice Springs. Het was de korste weg en Michael had van collega tourleader gehoord dat hij terug berijdbaar was (was half weggespoeld een tijd terug en nu terug wat in betere staat hersteld). Nu, volgens mij wou hij heel graag eens met zijn bus langs de zandweg racen, want hij was zich duidelijk aan het amuseren.

We hadden die avond in Alice Springs nog afgesproken om samen te gaan eten. En daarna nog ee n stapje gezet, eerst in een echte saloon en daarna nog in een club (Desert Storm), want de saloon sloot zowaar al om 23u00 (typische engelse gewoonte)! Een van de reden die ze opgaven om de bar al om 23u00 te sluiten was kennelijk dat er soms later op de avond vechtpartijen uitbreken. Vond de sfeer persoonlijk vrij gemoedelijk. De club zelf was niet zo spectaculair, maar de muziek was niet slecht, nog eens deftig kunnen dansen.

Dan tegen het advies te voet naar hostel teruggekeerd (was de laatste die overbleef) en was daar blij om. Kwam een groep aboriginals tegen die dol enthousiast waren en mij begonnen te omhelzen. En dan durven ze nog beweren dat Alice Springs een beetje gevaarlijk is 's nachts :-)


In Alice Springs verbleef ik trouwens in de Pioneer YHA (Youth Hostel Australia), gehuisvest in een voormalig cinema complex.


Voor de rest me rustig gehouden in Alice Springs. Eindelijk nog eens mijn was gedaan (al het rode stof uit mijn kleren proberen te krijgen). Verder een centrum van de Royal Flying Doctor Service bezocht (was wel cool om te zien, denk dat iedereen die serie wel nog herinnert) ze hebben een indrukwekkend netwerk van 25 basissen opgezet. En ook een reptielen museum. Was feitelijk zeer interessant, ze hadden heel veel verschillende reptielen. Heb o.a. mijn vriend de stumpy tail teruggezien (die me zo had doen schrikken langs de Great Ocean Road). Ze hebben er ook een salty (zoutwater krokodil) in een zwembad liggen. Leuke annecdote rond die soort wil ik toch even meegeven: in 1945 hadden britse soldaten een groep van 1000 japanse soldaten omsingeld. De japanners hadden zich in een mangrovenwoud teruggetrokken en probeerden zich van daaruit te verdedigen. Nu, het lawaai en het bloed had kennelijk een troep salties aangetrokken. Nu, mangroven staan in het water en op de nacht van 19 januari zijn ze het mangrovenwoud ingetrokken. De volgende morgen waren er nog 20 japanners in leven! De salty is dus verantwoordelijk voor de grootste massamoord op mensen ooit uitgevoerd door een diersoort. Leuke beestjes!


En dan was het tijd om te vertrekken. Met shuttle bus naar luchthaven, die heel deftig was voor zo'n klein stadje. De vlucht naar Cairns was zeker een van de mooiste die ik ooit gedaan heb: had een prachtig zicht over de woestijn. Eerst de East MacDonnell ranges (aan weerskanten van Alice Springs strekt er zich een gebergte uit), prachtig om te zien, vanuit de lucht leken bepaalde delen op het overblijfsel en een oude vestiging. Dan de uitgestrektheid van de woestijn. Eerst donker rood gedurende een ganse tijd, daarna overgegaan in soort bruin/oranje kleur. Overal zag je rivierbeddingen (allemaal droog) doorheen het landschap kronkelen en heel af en toe een lijn, die een weg voorsteld. De Great Dividing Range heb ik jammer genoeg niet kunnen zien, die was volledig in wolken gehuld. Die bergketen (die in het oostelijk deel van Australie van noord naar zuid loopt) houdt momenteel de meeste regen tegen die van over de oceaan komt en dat valt dus grotendeels momenteel in Queensland. Eens over de bergketen kwamen er weer gaten daar de wolken en kon ik terug een groen landschap zien, veel landbouw (die was het soort landschap dat de eerste kolonisten naar zochten) en uitgestrekte wouden.


Ik was nog maar net geland of het begon te regenen, zo'n typische tropische regenbui met dikke druppels! Vond het zelf niet erg eerlijk gezegd na die droge hitte van het binnenland :-)



Met shuttle bus naar YHA in centrum, leuke hostel, zeer vriendelijke mensen achter de receptie (beetje vriendelijke dan dat meisje in Alice Springs die duidelijk tegen haar goesting daar stond). Direkt aan de babbel geraakt met een gepensioneerde engelsman die 3,5 maanden op reis is (Bali, Australie, Nieuw Zeeland), een reis die kennelijk vooral door zijn dochter is gepland (en die constant belt omdat ze eigenlijk enorm met haar pa inzit). Samen met hem een pub naast de hostel bezocht (Croc bar in The Grand Hotel): zeer gezellige plek, met heel leuk volk. Aan de babbel geraakt met een paar gasten die daar vaste klanten zijn en het is uiteindelijk nog laat geworden :-)

[hier hou ik er voorlopig mee op, bedoeling is om later wat foto's toe te voegen, want het gaat hier slecht op de computers van de YHA van Cairns, zal een week niets van me laten horen, want zal op zee zitten, dus tot daarna!]

donderdag 10 januari 2008

ULURU

Eindelijk waren we er dan. Een heilige plek voor de aboriginals, vol van mythologische verhalen over hoe alles is ontstaan (ze hebben soms zeer fantasie-rijke verhalen die gasten).
Toen we aankwamen zijn we rap naar de lookout gegaan vanop de camping om het te zien, maar de kleuren zijn overdag niet zo spectaculair. We waren bestoft en moe dus zijn we eigenlijk en masse het zwembad ingesprongen. Deed deugd! Daar trouwens voor de eerste keer belgen tegengekomen: 2 mensen uit Roeselare (die dachten dat er toch niemand westvlaams zou verstaan en dus nogal verschoten toen ik plots in het westvlaams vroeg waar ze woonden) :-)

De volgende ochtend naar zonsopgang gaan kijken in park zelf en daarna een vrij lange wandeling rondom gans de rots (het is een groooote rots dat kan ik nu wel bevestigen). Wel mooie wandeling, maar blij dat we dat 's ochtens vroeg deden, want werd weer verschrikkelijk warm. De rots beklimmen is toegelaten door het nationale park (maar tot aan bepaald uur, want er vallen jaarlijks verschillende doden op Uluru, door oververhitting), maar de aboriginals zelf vragen om het niet te doen. Michael had het bericht nog gelezen en eigenlijk smeken ze meer om het niet te doen. Het zijn zeer brave mensen, en gaan dus niet zelf verbieden maar hopen eerder dat de mensen genoeg verstand hebben om het niet te doen (moet je met de moderne mens maar eens proberen, good luck). Wij zijn er dus niet opgeweest (eerlijk gezegd, zou het ook niet zien zitten).
Er zijn ook rotsschilderingen te zien op Uluru, waarvan onderstaande foto een voorbeeld is:

's middags hadden we wat tijd te doden en dat deed ik in zwembad (maar na twee uur heb je het ook wel gezien) en bekijken van foto's op laptop van Fred. Het is trouwens in zwembad dat ik mijn schouders verbrand heb want dat zwembad lag natuurlijk in de zon. Er stonden gisteren (bij aankomst in Alice Springs) zelfs blaren op!
's avonds zijn we dan terug het park ingereden om de zonsondergang te bekijken, was gezellig: iedereen zit daar te wachten, gezellig sfeertje en met wat snacks bij ons: koekjes met tapenades erbij. Verschil met de duurdere tours: daar hadden ze tafels met wijnglazen en bestek mee, en hoorde je de vraag of ze rode, dan wel witte wijn wilden. Wij hadden een paar biertjes mee :-)
Zie trouwens hieronder een zeldzame foto van Michael, die er meestal in slaagde om niet op de foto te staan.
In totaal twee nachten op de camping van Uluru doorgebracht, telkens onder de sterren.

Coober Pedy

...On a road to nowhere...

De volgende dag op weg naar Coober Pedy. Onderweg een paar fotos genomen van het landschap (midden in de woestijn gestopt om echt ver weg van alles te zijn. Denk dat de foto voorzichzelf spreekt:

We hebben ook de dog fence gekruist (9600 km lange afsluiting om de dingo's, wilde honden van australie, weg te houden van de schapen, loopt van de kust in Queensland tot het zuiden van South Australia, vlakbij de grens met Western Australia). Volgens de Australiers zelf langste door mensen gemaakte constructie.

Dan in Coober Pedy aangekomen, opaal-hoofdstad van de wereld (meer dan 80% van alle opaal komt hier vandaan). We mochten eerst een 45 minuutjes in de jewelry shop rondgraven. Is dus geen winkel maar bergen gruis en zand die uit mijnen gehaald zijn en waar er altijd iets kan inzitten van opaal. Zelf heb ik korreltjes gevonden die opaal bevatten maar Kristin had gelukt, heeft een klein stukje gevonden en ze heeft het laten slijpen ter plekke en in een ketting laten zetten. Groot deel van de bevolking woont ondergronds, vaak gaat het om uitgeputte mijn gangen die omgevormd worden naar huizen. Die avond sliepen we ook in een uitgegraven bunkhouse en dat was welkom: want in zo'n dugout (uitgegraven huis) is het altijd een constante aangename temperatuur (zo rond de 20 - 25 graden).

Zeer interessante uiteenzetting gehad over de mijnbouw daar. Voor de rest is er eigenlijk absoluut niets te zien in Coober Pedy, heb mijn vrije namiddag dan ook in gezelschap van Wendy en Rebecca doorgebracht in de plaats waar we ook gegeten hadden, met een koffie en een stukje taart, en kletsen over godsdienst en wereldproblemen.

Volgende ochtend stond er eigenlijk niets anders dan een lange rit op het programma (800km) tot aan Uluru.
Rap gestopt via Breakout point, mooi uitzicht over de plateaus in de buurt.

Wat voor de rest een zeer lange rit had geworden is nog onderbroken door twee voorbeelden van locale wildlife die we gespot hebben: een dingo, die heel nieuwsgierig was naar ons toe en een thorny devil, een soort hagedis.


En dan zagen we het eindelijk .... maar dat is voor het volgende bericht ;-)

I can move any mountain

Onderweg een wat triest overblijfsel gezien van oude vestigingen. Het landschap is er soms zo hard en droog dat veel mensen noodgedwongen zijn moeten stoppen. Veel landbouw wordt er niet gedaan in de zin van teelten, maar wel schaap en runder ranches ('stations' noemen ze ze hier). De grootste van Australie is trouwens even groot als gans ons landje!
Hieronder foto van ruine van zo'n boerderij, de man in kwestie ging op een bepaalde dag op zijn paard op zoek naar een paar van zijn schapen en bij het oversteken van een rivier, die juist gevuld was door een hevige regenbui (zie de flash floods van vorige bericht), is hij verdronken. Echt wel een zeer onwaarschijnlijk lot in de woestijn, maar het kan dus gebeuren.
Verder naar de Flinders Ranges. Door een plooi in het landschap (door tectonische krachten) kun je eigenlijk door die bergketen rijden en telkens oudere gesteentes bestuderen. Wij zijn er gewoon doorgereden met de bus, maar hier toch een mooi zicht op het gebergte.
Daarna naar onze eerste slaapplaats: Angorichina Tourist Village. Vroeg me echt af hoe ze het daar overleven, maar zomer is wel laagseizoen voor hen, is gewoon te warm. Zalig bbq en dan slapen (proberen want echt koud werd het 's nachts niet).
Volgende ochtend zijn de jongens (me, frenchy en the irish pussy, hoe die jongen aan die bijna is geraakt binnen de groep, i don't know) op de fiets gesprongen en hebben we de Parachilna Gorge op die manier gedaan. Was super. Gelukkig nog 's morgens dus de temperatuur viel wel mee, maar was toch blij dat het maar 7 km was :-)
Daarna met de bus verder, via Leigh Creek, waar we een gigantische open put mijn hebben bezocht (waar ze steenkool uithalen).
Daarna een bezoek gebracht aan een vrij zonderling figuur die midden de woestijn leeft, in de buurt van Lyndhusrt: Alf. Hij maakt niet alleen sculpturen, hij heeft ook een ganse theorie over de betekenis van woorden. Mijn naam 'Peter' betekende volgens zijn theorie iets als 'People and the rising of the Sun' (Peter en het opgaan van de zon), nu, voor meer details zie foto zou ik zeggen.
Na lunch in Marree (nog zo'n stopplaats) bezochten we een bron midden in de woestijn. Je moet je voorstellen dat je door het meest mens onvriendelijke landschap rondrijd en dat er dan plots een paar bronnen blijken te zijn. Die bronnen zijn trouwens door Stuart ontdekt, een van de grote ontdekkingsreizigers van Australie en ze liggen op de Oodnadatta track (geloof het of niet Oodnadatta is de naam van een stad). We hebben er dan ook een verfrissende duik in gedaan.

Het water dat uit de bron komt is trouwens zo'n 2 miljoen jaar ervoor gevallen op de Great Dividing Range, een bergketen aan de oostkant van Australie en is via grondlagen doorgesijpeld naar deze plaats.

Dan naar William Creek, kleinste stadje van Australie (of toch van South Australia) met een bevolking die afhankelijk van het seizoen varieert tussen de 4 en de 12. Behalve de pub en een klein luchthaventje voor vluchten boven de woestijn is er daar echt niets. In de buurt zijn er wel opnieuw schaap fokkers. De pub is binnenin prachtig versierd met allerlei memorabilia van over gans de wereld (en sindskort hangt daar ook ergens een kaartje van Alcatel-Lucent bij van ene Peter Vandaele :-) )'s avonds geheel onverwacht gaan zwemmen in een soort zwembad. Is eigenlijk een oude drinkplaats voor dieren, wordt opnieuw door zo'n bron gevoed (warm water trouwens). Het was al donker, maar uiteindelijk zat gans onze groep en gans de stad (de 4 locals die er waren) in het water. Echt heel leuk!
Daarna voor de eerste keer onder de sterren geslapen, op een zogenaamde 'swag', wat eigenlijk een ouderwetse versie is van de thermarest die ik meegesleurd heb (wat dus achteraf gezien niet nodig bleek). De sterrenhemel was prachtig, zo ver van alle licht-vervuiling. Je kon duidelijk de gordel van Orion zien, en na de nodige uitleg van een echte bushwalker met een paar pinten teveel op, wisten we nu ook duidelijk het zuiderskruis te localiseren.